Blok02Het blok

Stel je voor: een liggend, rechthoekig blok. De lange zijden staan parallel ten opzichte van elkaar en ook de korte zijden staan evenwijdig ten opzichte van elkaar. Je kunt denken aan acht kubussen, in twee rijen van vier. Ze zitten zo dicht tegen elkaar dat je geen naad meer ziet.  Alleen maar een rechthoekig grondvlak, een rechthoekig bovenvlak en vier rechthoekige zijkanten. Het is een vorm, hoe eenvoudig ook, die zich nauwelijks in taal laat beschrijven. Denk aan een lade, of een blok zeep, een balk of een afgezaagde biels, een doos of een baksteen. Maar dan van ijzer. Zo ongeveer ziet het blok eruit: het belangrijkste onderdeel van deze sculptuur.

Hangen03Tussen vier zuilen

Veel eenvoudiger valt het niet te beschrijven. Er staan vier zuilen. Daartussen hangt horizontaal het gesloten blok. De zuilen staan niet op de hoeken. Het blok hangt ingeklemd tussen de zuilen, die elk aan een zijde, niet precies in het midden van elke zijde, op de grond staan. De zuilen zijn aanzienlijk hoger dan het blok. Daarom hangt het blok. Alle vier zuilen steken verschillend hoog uit boven het blok. Het blok hangt dus niet precies in het midden van de zuilen.

 

Tussen4zuilen05Beeldhouwkunst en bouwkunst

Omdat er een blok hangt tussen vier zuilen, is hier niet alleen sprake van beeldhouwkunst, maar ook van bouwkunst. Het bouwkunstige is dat het blok boven de grond hangt en dat de vier zuilen niet op de hoekpunten van het blok aangrijpen, maar enigszins voorbij de hoeken, uit het midden van de zijden. Zodoende tart de constructie het gevoel van evenwicht, dat van belang is bij de ervaring van een ruimte.
Het beeldhouwkunstige is dat de vier zuilen niet gelijk zijn, ze zijn alle vier verschillend dik en ongelijk hoog, en alle vier bestaan ze uit twee ongelijke blokken, die op elkaar gelast lijken. Omdat ze alle vier ongelijk zijn, onttrekken ze zich aan de functionele bouwkunst en richten de nadruk op hun plastiek.

Kolommen04Massief

Alle delen zijn massief. We kunnen dat zien omdat alle vlakken van alle delen een ander en ongelijk diep reliëf vertonen. Het oppervlak is overal van hetzelfde materiaal als het binnenste, innerlijk en uiterlijk zijn hetzelfde. Het kan dus niet anders dan dat alle delen uit grotere gehelen afkomstig zijn, er uit  gesneden of gezaagd of gehakt, of dat er kleinere massa’s zijn afgenomen van de restanten die we nu zien. Het beeld lijkt licht, doordat het grote blok los hangt van de grond, maar het zal door alle massieve delen aanzienlijk zwaarder zijn dan je op het eerste zicht kunt vermoeden.

Gemaakt

Wat daarbij opvalt is dat de sporen op de staande zuilen horizontaal gericht zijn, terwijl de sporen op de zijkant van het blok verticaal zijn.  Dat wijst ons erop dat er geconstrueerd is met opzet, door een hogere hand. De sporen zijn veroorzaakt met een snijbrander. Dit procedé, waarbij gas en zuivere zuurstof worden gebruikt, laat in de vorm van de sporen zien hoeveel zuurstof gebruikt is om het ijzer te verbranden. De beeldhouwer heeft zijn vaardigheid hier ingezet, om verschillende soorten sporen te laten verschijnen, zowel in vorm als in kleur, in diepte en in richting. Toeval kunnen we daarom uitsluiten. Elk blok en elk deel en elk oppervlak is tot stand gekomen door uiterste beheersing van het materiaal en de bewerking ervan. Het hele voorwerp heeft een vorm en uiterlijk gekregen waar de beeldhouwer tenslotte mee kon leven, en een waarbij hij zich niet meer gedwongen voelde nog meer ingrepen te doen.

Symboliek

Toch is deze vorm beeldhouwkunstig, omdat het bouwkundige karakter hier geen gebruiksfunctie herbergt. Bovendien lijkt het, doordat geen enkel onderdeel gelijk is aan een ander, alsof het voorwerp toevallig tot stand gekomen is: het lijkt niet gemaakt maar gevonden. De beeldhouwer heeft er alles aan gedaan om dat wat het tot architectuur zou maken, - gelijkheid van onderdelen en oppervlaktewerking, logica van opbouw en constructie - , te vermijden. Het voorwerp is nutteloos in de zin van “onbruikbaar” en “niet functioneel” en dankt zijn eventuele betekenis dus niet aan bouwkunst, maar aan beeldhouwkunst. ‘Onbruikbaar-zijn’ wil zeggen dat het voorwerp symboliek herbergt, ook al weten we nog niet welke. Ook wil het zeggen dat het op de eerste plaats ons gevoel aanspreekt, en niet ons verstand.

Mogelijke betekenissen

Welke betekenissen kunnen wij aan het voorwerp toeschrijven? Wij kunnen er niet in wonen, hoewel we de vorm onmiddellijk als bewoonbare ruimte ervaren. Sterker, de combinatie van zuilen en hangend blok verwijzen naar die elementen in de architectuur die gebouwen bruikbaar en bewoonbaar maken, maar hier in ongebruikelijke volgorde worden getoond. Deze ruimte rust niet op palen, dit schip hangt binnen een constructie, het is modern van uiterlijk maar vooral archaïsch van vorm, het doet denken aan de middeleeuwse skeletbouw van de grote kathedralen met hun steunberen buiten. Het zou een religieuze ruimte kunnen zijn, een hangende tempel, het Germaanse walhalla, de hal voor de gevallen krijgers, beheerd door Wodan. Wodan die ook wel Odin werd genoemd en de god van de wijsheid was, van de dood, de oorlog en de poëzie.

Dat is de vormentaal van dit beeld, als je al van taal mag spreken. Deze vierkante, ijzeren, stoere gesmede zuilen lijken in niets op de klassieke ronde Griekse of Egyptische kolommen, die vooral aan planten en hun stengels doen denken, maar dit zijn gesmede staven van gebrande aarde en erts, die door zware klappen en persen in een vorm gedrongen zijn, misschien wel gegoten, en waar de snijbrander haaks in tekeer is gegaan. Alsof Thor zelf met zijn reusachtige bliksemende hamer aan het werk is geweest. Deze kolommen bestaan uit blokken, gestapelde blokken, de een nog zwaarder dan de ander, en in hun afwijzing van de ronde entasis van de antieke tempels, zijn ze een schepping voor een heiligdom voor een andere cultuur. Daarom ook is het blok tussen de kolommen opgehangen, van de aardbodem opgeheven, losgemaakt van de kleingeestige aardse gebondenheid, zwevend voor een grotere geestelijke beleving. Hier drukt het blok niet op de top van de pijlers maar klemt het met zijn gewicht de kolommen op de grond.

Hierbinnen vergaderden de helden, de poëten en de geesten, hier onttrokken zij zich aan het aardse gekneuter, hier namen zij hun hoogste beslissingen. Er dringt geen daglicht naar binnen, geheimvoller kan de ruimte niet zijn. We zien een monument van een niet aardse beschaving. Dat is beeldhouwkunst: de vorm die doet denken aan bestaande architectuur, zonder die architectuur te zijn, terwijl elk zichtbaar detail de sfeer ademt van het gebouw, dat misschien ooit ergens heeft bestaan. Zeker, als er ooit een walhalla gebouwd moet worden, dan zal het er zo uitzien. En het zal indruk maken door zijn vermoeden van eeuwigheid, zijn vastberadenheid en onwrikbaarheid, zijn ongenaakbaarheid. Het heeft de kwaliteit van een schatkist. Want het is tegelijk een juweel dat getuigt van uitzonderlijke verfijning, in elk detail van het oppervlak en in de breekbare kwetsbaarheid van de samengestelde pijlers. Ertsbruin zijn de kleuren met zwarte aarde en sporen van hitte en as. Hoe is dit monument overeind gebleven, hoe heeft het zijn bestaan behouden, terwijl het lijkt geteisterd te zijn door een vuurstorm. Is het wel gemaakt? Is hier wel een beeldhouwer aan te pas gekomen? Of is het naar de aarde gebracht vanuit een hoge hemel?

Begaan01Beleven

En weer blijft mijn oog hangen aan de gletsjerachtige groeven van het oppervlak en wil het naar binnen boren, de hangende ruimte in, getuige zijn, aanwezig zijn bij wat zich daar afspeelt. Je zou het willen begaan, op de koppen van de zuilen staan, de vlakken voelen onder je voeten, naar beneden springen op het dak, vanaf de rand naar beneden turen, je rug leunend tegen de zwaarste kolom. Je zou er binnen willen zijn, de ruimte ervaren, de gesloten wanden om je heen weten, de veiligheid en beslotenheid ondergaan, de rust ervaren van de ongestoorde overpeinzing. Maar nu, onbestaanbaar, wordt het voorwerp steeds lichter, naarmate de beschouwing duurt verliest het steeds meer massa en verheft zich bijna gewichtloos. Stijgt het blok nu werkelijk tussen de kolommen omhoog? Wat is het dat in dit beeld de beweging opwaarts stuwt, waarom is er niet het gevoel dat het blok zakt? Is het gezichtsbedrog of interpretatie vanuit een onbewuste wens? Nee, het wordt nu echt duidelijk, het blok hangt, werkelijk, het hangt, gekluisterd tussen de steles van de goden.

Dit ijzer is het erts van de aarde, de grond van de vulkaan, de vulkaan die het hele monument omhoog spuwde, in exact de juiste proporties. Verhoudingen die alleen Hephaistos kan scheppen, zo gemakkelijk, zo niet berekend, zo bij elkaar horend, zo ongelijk. Is het dan toch een zetel? Of een altaar? Ontegenzeggelijk ligt hier, in dit beeld, een groot geheim verborgen, misschien wel het grootste geheim in het hele oeuvre van Herbert Nouwens, het antwoord op de vraag die hij zich het meest gesteld zal hebben: hoe lift ik de massa van het ijzer omhoog, los van de grond, hoe plaats ik het, als het hart van de mens, de energiebron van het leven, licht en stralend, boven de aarde? En wij, toeschouwers, proeven de onmogelijkheid van deze opdracht en tegelijk het slagen ervan. Zo is deze hangende hal van de goden tegelijk het huis van de kernreactie, de kluis van alle energie, het hart dat het lichaam draagt. En nu wordt ook de uitwerking duidelijk op de omgevende ruimte, de afstand die deze sculptuur vraagt ons te respecteren, de eigen ruimte die hij nodig heeft voor zijn pure bestaan, de ruimte die nodig is voor het trage beschouwen, de ruimte die het bevrijd van elke zakelijkheid en functionaliteit.

Hoogdravend?

Misschien is dit alles veel te hoogdravend. Misschien is het niet meer dan de droom van elk jong mens, een huis in de bomen, een plek tussen hemel en aarde, de macht van het bovenaardse, het proeven van de lucht, het vleugelloze zweven in een onbegrensde vrijheid. Er is nooit een pad naar het hoge huis. Er is alleen de taal die ons bewust maakt van de vele mogelijkheden. Het is de taal die de ontdekkingen schept en ons gevoel aanwakkert terwijl ze tegelijk de ratio dempt. En nooit is de beschrijving uitgeput, nooit zo lang ze wordt gevoed door de werkelijke aanwezigheid van de sculptuur. Ziedaar, waar deze sculptuur ons brengt. Zie daar waarom wij sculptuur altijd in zijn ware aanwezigheid moeten gaan beleven. Want ze leidt ons binnen in onze dromen.

(Als u op onderstaande afbeeldingen klikt, ziet u een vergoting)